De hypotheekrenteaftrek, je hoort er steeds over in het nieuws. De woningmarkt is grillig en het lijkt alsof er een groep kopers op de rem trapt vanwege de onzekerheid over deze hypotheekrenteaftrek. Maar ik heb het gevoel dat niet iedereen doorheeft hoe dit werkt en welke invloed dit heeft. Sowieso schaffen ze de hypotheekrenteaftrek niet direct helemaal af, maar bouwen ze het verder af. Geen reden tot paniek dus.
De hypotheekrenteaftrek is een begrip waar bijna elke huiseigenaar wel van heeft gehoord. Het klinkt als een cadeautje van de Belastingdienst: de rente die je over je hypotheek betaalt, mag je aftrekken van je inkomen, waardoor je minder inkomstenbelasting betaalt. Heel fijn, zeker met de hoge maandlasten nu. Maar hoe werkt dit precies, wat is het eigenwoningforfait waar je ook altijd iets over hoort, en wat voor invloed heeft deze regeling op de woningmarkt? In deze blog leggen we je uit wat de hypotheekrenteaftrek inhoud. We bespreken de werking, de laatste ontwikkelingen en voorstellen, én wat het allemaal betekent voor de huizenmarkt en voor jou als (toekomstig) huiseigenaar.
Wat is de hypotheekrenteaftrek?
Hypotheekrenteaftrek betekent simpel gezegd dat huiseigenaren de betaalde hypotheekrente van hun belastbaar inkomen mogen aftrekken. Hierdoor betalen zij minder belasting. Het is ooit ingevoerd om mensen te stimuleren een eigen huis te kopen. Lange tijd kon je alle betaalde rente gewoon aftrekken tegen jouw hoogste belastingtarief. Voor iemand in de hoogste belastingschijf (destijds 52%) betekende dat dat de fiscus de helft van je hypotheekrente terugbetaalde. Best relaxed was dat. Zeker toen de rente nog flink hoog was.
Tegenover die aftrek staat het eigenwoningforfait. Een bijtelling op je inkomen. Dit is een bedrag dat bij je inkomen wordt opgeteld als je een eigen woning hebt. Het eigenwoningforfait is een soort fictief inkomen uit wonen. Ze zien dit als een voordeel van het bezitten van een huis. Dit is een percentage van de WOZ-waarde van je huis. Voor de meeste woningen is dit in 2024 en 2025 vastgesteld op 0,35% van de WOZ-waarde. Voor een gemiddelde woning van €461.000 betekent dit zo’n €1.614 aan extra belastbaar inkomen. In steden als Utrecht, waar de gemiddelde WOZ-waarde €450.000 bedraagt, is dat ruim €1.575 per jaar. Over dat forfait betaal je belasting, tenzij je voldoende hypotheekrente betaalt om het te compenseren.
Daarnaast is er nog de zogeheten villabelasting (de ‘villataks’): voor woningen met een WOZ-waarde boven ca. €1,3 miljoen wordt een hoger percentage eigenwoningforfait gerekend. Dit betekent dat dure huizen zwaarder belast worden, waardoor de fiscale aftrek voor die groep effectief al verder beperkt is. De politici die het steeds hebben over villasubsidie kletsen wat mij betreft uit hun nek. Juist de starters profiteren van de hypotheekrenteaftrek. En de mensen met de meeste hypotheek zijn zeker niet de villa bewoners, maar juist de mensen in appartementen, rijtjeshuizen, hoekwoningen en tweekappers.
De cijfers: wie profiteert eigenlijk?
Volgens CBS-data (2023):
- Aantal koopwoningen: 4,58 miljoen (56,8% van alle woningen).
- Gemiddelde woningwaarde: €461.000 (Utrecht: WOZ-waarde €450.000 en gemiddelde woningwaarde € 513.500).
- Gemiddelde hypotheek: €171.000, oftewel slechts 37% van de woningwaarde. Er is dus gemiddeld 63% overwaarde.
- Hypotheekvrij: bijna 800.000 woningen (17,4%).
- Schuldratio: slechts 4,4% van de huiseigenaren heeft een hypotheek boven 90% van de woningwaarde. Het gemiddelde hypotheekbedrag is slechts 1,4 keer het bruto inkomen.
De hypotheekrenteaftrek kostte de overheid in 2023 ongeveer €9,3 miljard. Per huishouden met een hypotheek is dit gemiddeld €2.457 per jaar (€205 per maand). In 2025 is dit ca. €11 miljard en als je het eigenwoningforfait eraf haalt maar ca. € 7 miljard. Maar 70% van de huiseigenaren heeft nauwelijks voordeel, omdat hun hypotheek laag of afgelost is. Het fiscale voordeel gaat dus vooral naar de 30% met hogere hypotheken, starters en huiseigenaren met aflossingsvrije leningen (van voor 2001) profiteren het meest. Tegenwoordig mag je met een aflosvrije lening de rente niet meer aftrekken. Wel mag je nog maar 30 jaar aftrekken. Maar de belastingdienst heeft dit niet goed geregistreerd.
In Utrecht, met 167.124 woningen waarvan 44% koop, ligt het belang van de renteaftrek iets anders: veel woningen zijn hooggeprijsd, maar ook hier geldt dat een groot deel van de eigenaren al forse overwaarde heeft. De lokale discussie draait daarom vaak om de betaalbaarheid voor nieuwe kopers.
Ontwikkelingen en wetsvoorstellen
- Aftrektarief verlaagd: Voorheen mochten hogere inkomens aftrekken tegen 52%, tegenwoordig tegen is de aftrek maximaal 37%.
- 30-jaarstermijn: Vanaf 2031 verliest de eerste groep huiseigenaren hun recht op aftrek.
- Voorstel afschaffing in stapjes: Vanaf 2029 zou de aftrek elk jaar met 5% worden verminderd tot volledige afschaffing in 2048.
Invloed op de woningmarkt
De impact van de hypotheekrenteaftrek op de woningmarkt is de laatste jaren kleiner geworden. Omdat de aftrek is gemaximeerd op 37% en veel huiseigenaren al lage hypotheken (en een lage hypotheekrente) hebben, werkt het minder prijsopdrijvend dan vroeger. Toch kan het bij hoge rente weer merkbaar zijn: het verlaagt de netto maandlasten en kan de leencapaciteit licht vergroten. Andere factoren zijn dus veel meer van belang bij het prijsopdrijvend effect van de woningmarkt.
In Utrecht en andere stedelijke regio’s speelt vooral de hoge huizenprijs een rol en niet zozeer de aftrek zelf. De meeste kopers kijken naar hun bruto woonquote en maandlasten. De renteaftrek is een ‘meevaller’ maar bepaalt niet meer de hele koopbeslissing.
Wie winnaars en verliezers zijn
- Starters en hoge hypotheekbezitters: profiteren het meest.
- Huiseigenaren met lage of geen hypotheek: nauwelijks.
- Huurders: helemaal niet, terwijl ze via belasting wel meebetalen.
Internationaal perspectief
In landen als Finland, Zweden en Denemarken is de aftrek (grotendeels) afgeschaft. Daar leidde dat tot een tijdelijke afkoeling van de huizenmarkt, maar daarna stabiliseerden de prijzen en bleef het eigenwoningbezit hoog. Het Verenigd Koninkrijk schafte de hypotheekrenteaftrek eind jaren ’90 volledig af zonder dat de woningmarkt instortte. Het belangrijkste effect was dat de prijsgroei afnam en schuldratio’s daalden. Dit laat zien dat de Nederlandse woningmarkt waarschijnlijk niet instort bij verdere afbouw, al kan het een kortstondige prijsdaling of ik denk eerder een stabilisering geven.
Wat betekent dat nu voor de woningmarkt?
Conclusie
De hypotheekrenteaftrek heeft tegenwoordig minder effect op de woningmarkt dan vroeger, maar het blijft een belangrijke factor in de netto woonlasten van een deel van de huishoudens. Voor de meerderheid van de huizenbezitters en alle huurders is het voordeel minimaal. Met de hoge overwaarde en lage gemiddelde schuldratio’s in Nederland is een geleidelijke afbouw logisch en beheersbaar. Landelijke én lokale cijfers, zoals die van Utrecht, laten zien dat de discussie vooral relevant is voor nieuwe kopers met hoge leningen en minder voor de meerderheid van de woningbezitters die hun hypotheek al grotendeels hebben afgelost. Laat je door deze ontwikkelingen niet tegenhouden. De druk blijft hoog en er wordt weinig bijgebouwd. Ik verwacht dat de prijzen blijven stijgen maar minder hard. Profiteer van de onzekerheid, voordat de stijging zo weer doorzet.