De Utrechtse woningmarkt, wat gaat 2026 ons brengen? De woningmarkt in Utrecht blijft uitzonderlijk krap, ondanks signalen van afkoeling op papier en wat minder bezichtigingen. Waar landelijke statistieken een lichte daling van gemiddelde prijzen tonen, is de realiteit dat kwalitatief goede gezinswoningen nog steeds schaars zijn. En felbegeerd, men staat nog steeds te dringen in de rij.
Nieuwe regelgeving en fiscale wijzigingen zorgen intussen voor grote verschuivingen: particuliere verhuurders trekken zich massaal terug, het huuraanbod krimpt en sommige huurders (zoals expats) begeven zich noodgedwongen op de koopmarkt. Tegelijkertijd blijven renteontwikkelingen, loonstijgingen en politieke plannen de toekomst van de woningmarkt bepalen.
Ik sta niet snel met een mond vol tanden. Juist door altijd alle cijfers uit te pluizen en de blogs te schrijven kan ik altijd bij kijkers een heldere analyse geven over de woningmarkt. Maar vorige week had iemand een analyse die mij aan het denken deed zetten. Hij dacht dat de markt in zou gaan storten door alle ontwikkelingen in Amerika. Ik zal mijn analyse uitleggen maar ook die van hem. Ik begin met zijn analyse:
Wereldeconomie en investeringsklimaat: de invloed van de VS
Hij zei: ‘Er zijn net enorm veel Amerikaanse overheidsmedewerkers ontslagen en de vliegvelden gaan dicht. Dit betekent dat we aan de vooravond staan van een grote crisis. Net zoals in 2008’. Ik schreef al eerder een blog over Trump en de geopolitieke spanningen. De overheidsmedewerkers stonden op straat. Tijdens deze shutdown kregen duizenden Amerikaanse overheidsmedewerkers zelfs permanente ontslagbrieven, iets ongebruikelijks, want normaal gesproken keren zij na een begrotingsakkoord gewoon terug. Deze onzekerheid zorgt wereldwijd voor zenuwachtigheid op financiële markten. Dit maakt dat de beurzen zeer onzeker zijn. Beleggers werden in het najaar van 2025 voorzichtiger, al leidde het niet tot paniek. Sterker nog, veel investeerders rekenen erop dat de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) vanwege de zwakkere vooruitzichten de rente juist geleidelijk gaat verlagen. Zo wordt verwacht dat de Fed in 2026 de rente verder terugbrengt richting 3%. Dit betekent dat het internationale klimaat tegen 2026 mogelijk gunstiger wordt voor investeringen. Je hebt dan lagere rentes. Lagere rentes verlagen de financieringskosten en kunnen de interesse in vastgoed (opnieuw) aanwakkeren. In Nederland zijn we super afhankelijk van de betaalbaarheid, omdat we tot 100% van de marktwaarde kunnen lenen. Toch merk je wel dat hierdoor het consumentenvertrouwen wat afneemt. Maar lagere rente zal leiden tot hogere woningprijzen.
Herhaalt 2008 zich? Parallellen en verschillen met de huizencrisis
Het woord huizencrisis roept meteen herinneringen op aan 2008. Ook nu zien we enkele overeenkomsten met die periode, maar er zijn belangrijke verschillen. De hypotheekrente is in 2022 en 2023 fors gestegen. Dit zorgde voor een flinke klap op de woningmarkt. Maar we zitten nu alweer boven de prijs van voor de prijs dip. In 2008 klapte echter een mondiale kredietzeepbel uiteen. Hierdoor kwamen banken in de problemen en de huizenprijzen in Nederland doken uiteindelijk ruim 20% omlaag tussen 2008 en 2013. Zo’n forse daling had destijds vrijwel niemand zien aankomen, zelfs de planbureaus niet, dus volledig uitsluiten kunnen we een nieuwe fikse prijsdaling nooit
Toch zijn de omstandigheden nu stabieler. Banken staan er sterker voor en hypotheeknemers hebben doorgaans meer eigen vermogen en vaste rentecontracten. Bovendien is er een structureel woningtekort. Waar in 2008 de markt jaren daalde, was de recente dip veel korter: vanaf zomer 2023 trokken de prijzen alweer aan. Het was dus een heel kort dipje. In de blog over het overbieden zie je ook mooie grafiekjes met de cijfers. Een belangrijk verschil is dat er nu weinig gedwongen verkopen zijn.
De werkloosheid is laag en huiseigenaren hebben vaak spaarbuffers. Ook zijn er minder risicovolle leningen (zoals aflossingsvrij tot 110% van de woningwaarde, praktijken die vóór 2008 niet ongebruikelijk waren). Toen ik begon met werken in de makelaardij lag de markt compleet op zijn gat in 2013. Financieringen waren aflossingsvrij, meer dan de woningwaarde en dan verloren mensen nog eens hun baan. Ik als leek keek steeds naar die rekensommen en dacht dan: ‘Wie dacht op voorhand dat dit een goed idee was?’ Je kon op je klompen aanvoelen dat bepaalde mensen in de problemen zouden komen.
Dit betekent niet dat de kust volledig veilig is. Als de economie onverhoopt in een recessie glijdt of de rente opnieuw hoger wordt, kan de vraag alsnog stokken. Maar vooralsnog verwachten grote instituten een gematigde groei in in plaats van een crash. De Nederlandsche Bank (DNB) voorziet bijvoorbeeld dat de gemiddelde huizenprijs ook in 2025 en 2026 blijft stijgen, zij het minder hard dan recentelijk. Maar op zich kloppen de voorspelling van die banken meestal niet echt 😉 Ik verwacht dat de gemiddelde prijs in Utrecht volgend jaar met ca. 5% zal stijgen tot maximaal 10%. Hetzelfde als afgelopen jaar.
De tabel hieronder toont enkele prognoses:
| Prognose huizenprijsstijging | 2025 | 2026 |
|---|---|---|
| DNB (dec. 2023)dnb.nl | +7,5% | +4% |
| RaboResearch (jun. 2025)rabobank.nl | +8,6% | +6,6% |
| RaboResearch (sep. 2025)rabobank.nl | +8,6% | +5,5% |
Toelichting: DNB = De Nederlandsche Bank; RaboResearch = economisch bureau Rabobank. We zien dat alle voorspellers verdere groei verwachten, maar Rabobank haar 2026-prognose iets heeft verlaagd (van 6,6% naar 5,5%) toen duidelijk werd dat extra woningaanbod de prijsdruk wat tempert. Samengevat lijken de fundamenten vandaag gezonder dan in 2008, waardoor een crash minder waarschijnlijk is.
Verschillende visies op de woningmarkt.
Deze kijker dacht door de zwakkere Amerikaanse positie dus dat we in een economische crisis terecht komen, waardoor de huizenprijzen finaal onderuit gaan. Ik denk zelf dat we nu wat gaan stabiliseren. We hebben door een aantal maatregelen enorm veel aanbod erbij gekregen. Ons aanbod had in juni een stijging van ca. 50% ten opzichte van vorig jaar. Op dit moment is de stijging van 2025 28,7%. Dat is echt een grote stijging. De laatste grote hoos is nu op de markt, zodat er nog voor 31 december 2025 getransporteerd kan worden. Ik verwacht dat het aanbod dan wat afneemt. Er is geen huurwoning meer te krijgen en tegelijkertijd neemt het koopaanbod enorm toe.
Door de hoge prijzen en hoge rente zien we dat er wel mooi nieuw en luxe nieuwbouw aanbod is, maar door de enorm hoge lasten die mensen krijgen bij een nieuwbouw woning zien we dat de doorstroming daar stokt. Maar we zien ook dat veel mensen naar bijvoorbeeld Spanje vertrekken, omdat ze het zat zijn in Nederland en op zoek zijn naar een groter huis en een vrijer leven. Ik verwacht dat we in een rustiger vaarwater komen. Op 30 juni 2025 was een grote groep van de laatste tijdelijke huurcontracten afgelopen, op 30 juni 2026 zijn dat de laatste woningen die vrij komen na de de nieuwe wetgeving. We zien nu al dat de enorme hoos met extra aanbod een beetje afneemt.
Belastingdruk en huurregels jagen beleggers weg
Een van de meest impactvolle veranderingen is de stijgende vermogensbelasting in box 3. Per 1 januari 2026 wordt het fictieve rendement op overige bezittingen (waaronder tweede woningen) verhoogd naar circa 7,8%. Hierover betalen beleggers 36% belasting wat neerkomt op een belastingdruk van rond 2,8% van de woningwaarde per jaar. Dit is vaak hoger dan het daadwerkelijke netto verhuurrendement, zeker nu ook de leegwaarderatio (waarderingskorting voor verhuurde panden) in 2024 fors is verlaagd. Voor veel kleine particuliere verhuurders is de rek eruit: ze zouden (bijna) moeten toeleggen op hun verhuurde woning.
We zagen hierdoor een flinke hoos van aanbod voor het einde van het jaar op de markt komen. Veel beleggers willen hun woning nog snel verkopen met de oplevering voor 31 december 2025.
Daarnaast zet de nieuwe huurwetgeving hen klem. Sinds 1 juli 2024 zijn tijdelijke huurcontracten grotendeels afgeschaft, nieuwe huurders moeten meteen een contract voor onbepaalde tijd krijgen. De laatste tijdelijke contracten lopen 30 juni 2026 afgeschaft. Daarna verwacht ik dat er veel minder extra aanbod zal zijn en dat het aanbod zal normaliseren. Verhuurders staan nu voor een keuze. Blijven verhuren en niet weten welke regelgeving en belastingdruk eraan komt of het huis verkopen. In de praktijk zien we dat de woningen na een aflopend contract verkocht worden. Doordat minister De Jonge bovendien met de Wet Betaalbare Huur (WBH) een huurplafond voor middenhuur heeft ingevoerd, moeten veel verhuurders in Utrecht met verlies verhuren. Het resultaat is een golf van verkoop van huurwoningen, de zogeheten uitpondgolf.
Particuliere beleggers trekken zich massaal terug
Ze verkopen hun panden, vaak appartementen op iets minder gunstige locaties of minder goed onderhouden. De combinatie van hogere box 3-heffing, strengere huurregels, verplichte verduurzaming en gebrek aan beleidscontinuïteit verhuur onaantrekkelijk maakt. Zoals een investeerder in NRC opmerkte: “Het draait wel om ons pensioen… Ik wil eigenlijk helemaal niet verkopen, maar het is me te onzeker” Veel van deze kleine verhuurders hadden 1 à 3 pandjes als pensioenvoorziening. Ondernemers zoals wij zelf ook zijn. We zien dat deze verhuurders hele reële huren vroegen. Maar ze moeten hun heil ergens anders zoeken. Wat dat betreft zijn deze regels en fiscale druk goed voor onze business in Spanje. Verhuurders voelen zich door de ‘stapeling van nieuwe wetten’ in het nauw gedreven. De voorzitter van ontwikkelaarsvereniging Bouwend Nederland stelde zelfs voor de Wet Betaalbare Huur weer in te trekken, omdat die “meer kwaad dan goed doet”
‘Huisjesmelker’ en ‘pandjesbaas’ wordt veel genoemd. Het heeft een heel negatief beeld. Maar willen we niet allemaal gewoon kunnen starten in een fijne huurwoning? Het is toch helemaal niet gezond om met je eerste relatie meteen een heel duur huis te kopen of juist van je eerste salaris. En die arme studenten.. Ik ben zelf enorm dankbaar voor mijn studententijd in een studentenhuis. Je leert er zo veel van.
Als je heel eerlijk naar jezelf kijkt. Zou jij het risico lopen om een huis te verhuren, schade aan je huis, huurderving en dan ook zou het nog geld kosten per maand? Nee toch, dan kunnen we heel hard roepen: ‘Ja, maar het huis wordt meer waard’. Uh ja, maar het kan ook minder waard worden.
Niet alleen kleine verhuurders haken af. Ook grote investeerders en buitenlandse fondsen mijden de Nederlandse markt door de hoge kosten. Beleggers vertrekken met hun geld naar het buitenland, een trend die ook in Utrecht zichtbaar is. Het Kadaster constateert dat sinds 2023 het aantal verkopen door particuliere investeerders veel hoger ligt dan hun aankopen. En dan is nog niet eens alles geregistreerd.
Gevolgen: het aanbod koopwoningen neemt toe, maar het huuraanbod krimpt. De WBH die middenhuren moest beschermen, heeft ironisch genoeg geleid tot minder middenhuur en meer dure huren. Het is zo irritant om te moeten zeggen ‘I told you so’. Maar ik denk dat veel mensen dit denken in de markt. Ik ben zo dankbaar dat wij net wat ‘ouder’ zijn en dus al veel eerder huizen hebben kunnen kopen. Veel middengroepen vallen nu tussen wal en schip. Je hebt te veel inkomen voor sociale huur, maar je verdient te weinig voor een andere huur- en/of koopwoning. Kortom, de maatregelen jagen verhuurders de markt uit en daarmee wordt het probleem verschoven naar starters en huurders. Dat zijn de echte verliezers.
Effect op het aanbod en prijzen in Utrecht
Op het eerste gezicht lijkt de koopwoningmarkt iets meer lucht te krijgen. In Utrecht stonden begin oktober 2025 ongeveer 3.496 woningen te koop, dat is 13% meer dan een jaar ervoor. Deze toename komt met name doordat voormalige huurappartementen massaal in de verkoop gaan. Veel van deze woningen zijn relatief klein en eenvoudig afgewerkt (vaak 60-80 m², ex-huurappartementen) en liggen in mindere wijken. Starters krijgen hierdoor iets meer keuze aan de onderkant van de markt. Zo lag de gemiddelde vraagprijs van een ex-huurappartement op Funda rond € 425.000,- voor 73 m², wat in Utrechtse context ‘betaalbaar’ genoemd mag worden. Tegelijkertijd drukt dit dus ook de prijzen in de gehele markt. Er komt veel meer keuze.
Toch is dit geen oplossing voor de krapte. Het totale woningaanbod groeit nauwelijks structureel, aangezien veel verkochte huurwoningen door minder mensen bewoond worden (een beleggersappartement dat van twee huurders naar één koper gaat, betekent per saldo minder huisvesting). Ik schreef al eerder een blog: ‘We wonen te groot’. De druk op de markt verschuift: wie nu wil huren in Utrecht en niet meer dan €2.000 per maand kan betalen, heeft het héél moeilijk. Huurappartementen in de middenhuur krijgen tegenwoordig honderden reacties en staan slechts een dag online, waarna gefrustreerde woningzoekers zich alsnog tot koop wenden.
We zien ook ineens veel meer expats op de koopwoningmarkt. Ze kunnen niet meer huren en moeten nu wel gaan kopen om toch in Utrecht te kunnen blijven. Deze voormalige huurders concurreren nu direct met starters op de koopmarkt. Zo worden de piepkleine appartementjes in wijken als Kanaleneiland en Overvecht nu verkocht aan ex-huurders. Dit zijn vaak niet de woning waar zij van droomden, maar de enige optie als ze niet terug willen naar hun ouders.
Krapte-indicator
De krapte-indicator (het aantal beschikbare woningen per zoeker) illustreert de situatie. In de stad Utrecht schommelt deze rond slechts 1,0 (in populaire buurten zelfs 0,7), terwijl een evenwichtige markt circa 5 zou moeten zijn. We zien dat het deze maand is opgelopen naar 1,8. Dit betekent dat een koper gemiddeld keuze heeft uit maar 1 of nu 1,8 woning(en) die aan zijn eisen voldoet.
In Leidsche Rijn/Vleuten-De Meern is de krapte-indicator iets hoger rond 1,5 dankzij meer nieuwbouw, maar ook daar blijft de markt gespannen. De gemiddelde verkoopprijs in Utrecht was in september 2025 circa €507.000,- iets hoger dan een jaar eerder (+0,4%) In oktober 2025 was dit € 550.000,-. De prijs per vierkante meter daalde minimaal steeg j-o-j naar €6.664 met 2,2%). Wat vooral komt doordat het aandeel kleine, goedkope appartementen in de transacties steeg. Met andere woorden: de gemiddelde prijs daalt of stagneert, maar dat komt doordat er meer kleine woningen verkocht worden, de vierkantemeterprijs stijgt in veel segmenten juist nog door.
Overbieden in Utrecht
Overbieden blijft eerder regel dan uitzondering. In 2024 werd in Utrecht bij meer dan 88% van de woningen boven de vraagprijs geboden. Ook in 2025 zet dit door: in populaire wijken als Utrecht-Oost en Leidsche Rijn ligt het verschil tussen vraag- en transactieprijs nog steeds rond 10–15% in het najaar van 2025. Karakteristieke gezinswoningen met tuin trekken meerdere biedingen en worden gemiddeld 12–15% boven de vraagprijs verkocht. Dat geldt zeker voor schaarse ruime huizen, met goede tuinen, mooi afgewerkt en het liefste met een open keuken. Alleen in het segment van de eenvoudigere appartementen is iets van onderhandelingsruimte ontstaan. Sommige woningen kunnen zelfs onder de vraagprijs verkocht worden of rond de vraagprijs. We hebben al meegemaakt dat we de enige bieder waren bij een inschrijving, maar dat de verkoper niet wilde verkopen voor het bedrag. De woningen die uit de verhuur komen zijn lang niet altijd zo populair bij de ‘kopers’.
Koelt de woningmarkt in Utrecht af? Of stijgt de markt door?
De huidige afkoeling, is dat echt een afkoeling. Of lijkt dat in de cijfers, doordat het aanbod verandert is? De cijfers laten soms een daling van de gemiddelde prijs zien, maar kijken we onder de motorkap dan blijft de markt oververhit. Zolang eengezinswoningen met tuin (en 4 slaapkamers) zo schaars blijven, zullen doorstromers en gezinnen elkaar blijven overbieden om zo’n woning te bemachtigen. Starters (stellen) hebben iets meer keus dan voorheen, maar moeten nog steeds scherp bieden op kleine appartementen, want ook daar blijven de m²-prijzen hoog. Maar ook de kleine leuke appartementen tot ca. 45 m2 voor alleenstaande, gaan echt als warme broodjes over de toonbank. Die groep heeft het zo zwaar, want huren is niet meer mogelijk en kopen is ook bijna niet mogelijk. Ik vind dat echt zo sneu.
De verkooptijd is met gemiddeld 20 dagen in Utrecht iets opgelopen t.o.v. het absolute dieptepunt (ca. 14 dagen in begin 2022). Maar vergis je niet de echt populaire woningen zijn nog steeds zo weg voor een hysterisch bedrag.
NVM verwachting
De Nederlandse Vereniging van Makelaars verwacht dat in 2026 de landelijke huizenprijzen weer zullen stijgen met circa 4–5%. Dat is minder dan de extreme groei van vorige jaren, maar nog altijd boven de verwachte inflatie en loonstijging. Met andere woorden, woningen worden naar verwachting opnieuw duurder ten opzichte van wat mensen gemiddeld verdienen. Het aantal transacties blijft volgens NVM ongeveer gelijk (rond 233.000 woningen per jaar landelijk). In Utrecht zal de druk dus blijven: de uitpondingsgolf gaf starters tijdelijk wat kansen, maar zodra die golf opdroogt en beleggers weg zijn, zal het aanbod weer verder slinken. De concurrentie onder kopers laait dan onverminderd op. En ik verwacht dat in juni, september en oktober 2026 de markt ongekend oververhit zal zijn.
Hoge rente: het lock-in effect en minder doorstroming
In de afgelopen twee jaar is de hypotheekrente fors gestegen (en ook weer wat gedaald). Na 2022 schoot de rente omhoog, voor een 10 jaar vaste hypotheek van ongeveer 1,5% naar ongeveer 4–5% in 2023. Dit betekent dat bijvoorbeeld een hypotheek van €400.000 niet langer €1.400,- per maand kostte, maar ruim €2.100,-. Die hogere maandlast heeft een sterk remmend effect op doorstromers. Veel huiseigenaren hebben tijdens de lage renteperiode hun rente langdurig vastgezet (bijvoorbeeld 20 of 30 jaar tegen <2%). Als zij nu verhuizen en een nieuwe (extra), duurdere hypotheek moeten afsluiten tegen 4%, stijgt hun maandlast enorm. Daardoor blijven ze wonen. De extra stijgende maandlast is dan te hoog. Dit is het zogenaamde lock-in effect.
De Nederlandsche Bank bevestigde dit effect. Bij stijgende hypotheekrentes zetten veel minder huishoudens hun huis te koop. Mensen stellen verhuizingen uit omdat het financieel onaantrekkelijk is geworden om door te schuiven. Op zich is dat niet gek. Wij keken destijds ook naar hele dure huizen, omdat we er dan in ons maandbedrag op vooruit gingen. Als we zouden verhuizen van onze woning die toen ca. € 550.000,- waard was naar een woning van ca. € 1.000.000,- en we een deel van de hypotheek aflossingsvrij zouden nemen, gingen we er per maand € 300,- op voorruit. En wij waren niet de enige. Veel mensen verhuisde ‘gewoon omdat het kon, niet omdat het moest’. Zeker voor huishoudens die wel willen upgraden naar een groter huis, geldt dat ze hun voordelige hypotheek zouden moeten inruilen voor een veel duurdere hypotheek of het overige gedeelte moeten financieren tegen een hogere rente.
Meeneemhypotheek
Toch is er een nuance: doorstromers met een bestaande koopwoning hebben soms de mogelijkheid hun oude lage rente mee te nemen naar een nieuw hypotheek. Veel geldverstrekkers bieden een meeneemhypotheek, waarbij je bij verhuizing je huidige rentepercentage behoudt voor (een deel van) je lening. Dit is nog steeds heel gunstig. Daardoor hebben doorstarters over het algemeen nog steeds een hele gunstige positie op de woningmarkt. Doorstromers financieren bijvoorbeeld de eerste €200.000 van hun nieuwe huis tegen 1,5% (oude lening) en de rest tegen 3,5%, waardoor hun gemiddelde rente rond 2,4% uitkomt.
Dankzij deze meeneemregeling zien we dat een deel van de doorstromers tóch blijft bewegen, met name degenen met veel overwaarde. De hogere prijsklasse (boven €1 miljoen) is bijvoorbeeld wat actiever geworden. Veel welgestelde huizenbezitters hebben hun eerste appartement ooit aangehouden als verhuurinvestering, maar besluiten dat nu te verkopen vanwege de ongunstige box 3-heffing en de Wet Betaalbare Huur. Die overwaarde gebruiken ze voor het nieuwe huis, waardoor hun maandlasten laag zijn. Toch geldt voor het gros: verhuizen loont minder dan voorheen. Hierdoor blijven vooral de middensegment en gezinswoningen schaars, omdat mensen langer blijven zitten.
Kortom, de renteverhogingen hebben een dubbel effect: ze temperen de instroom van nieuwe kopers (vooral starters die minder kunnen lenen) én ze beperken het (meest geliefde) aanbod, doordat minder mensen hun huis verkopen. Dit houdt de krapte in stand. Pas wanneer de rente weer (extreem) laag wordt of lonen sterk stijgen, zal deze situatie veranderen.
De hypotheekrente is net weer iets verlaagd. De vraag is of dit door zal zetten? Blijft de rente dalen? Dan zullen de prijzen blijven stijgen.
Expats op de koopmarkt door gebrek aan huurwoningen
Een opvallende ontwikkeling is de rol van internationals (expats) op de Utrechtse woningmarkt. Traditioneel huren expats vaak, zeker bij kortere verblijfshorizon of als hun werkgever regelt (en betaalt) huisvesting. Maar nu het vrije huuraanbod schaars en peperduur is, kiezen expats steeds vaker voor koop. In regio’s als Amsterdam en Eindhoven was dit al zichtbaar, en ook in Utrecht begint het effect door te dringen. In Leidsche Rijn merken wij vooral dat er meer expats op de markt komen, omdat ze niet meer kunnen huren. Deze kenniswerkers met goede salarissen gaan de concurrentie aan met lokale starters en doorstromers.
Wel moet de nuance gemaakt worden: in absolute zin blijft het aandeel expat-kopers klein. Landelijk is minder dan 2% van alle woningkopers een international. In 2020 was dit ca. 0,8%, in de eerste helft van 2024 al zo’n 1,8%,een verdubbeling in vijf jaar. NVM cijfers bevestigen dat expats vooral in specifieke gebieden actief zijn (met name Randstad-steden en expatvriendelijke wijken). In sommige populaire buurten van Amsterdam is inmiddels een aanzienlijk deel van de kopers expat, maar in Utrecht liggen die percentages lager. Toch zien we ook hier bijvoorbeeld bij nieuwbouwprojecten nabij de Uithof of in Leidsche Rijn Centrum dat expats zich melden. Zeker nu de 30%-ruling (belastingvoordeel voor expats) hun nettoloon hoog houdt, kunnen ze vaak net iets meer bieden dan lokale starters.
Expats versterken dus de vraag, met name in het middeldure en duurdere segment. Tegelijk zijn ze slachtoffer van de crisis op de huurmarkt. Expats kunnen niet bij hun ouders gaan wonen of familie. Internationale werknemers hebben steeds vaker moeite om een huurwoning te vinden binnen het budget dat hun bedrijf stelt. Sommige bedrijven huisvesten personeel tijdelijk in aparthotels, of moeten hogere salarissen bieden vanwege de hoge woonlasten. Er bestaat dus een paradox: beleid dat gericht is op betaalbare huren duwt een deel van de expats nu richting koopsector, waar zij de prijzen verder kunnen opstuwen. Al met al blijft hun invloed echter beperkt in Utrecht. De krapte zou er ook zonder expats niet veel minder om zijn, gezien de structurele woningnood. Maar elke extra koopkrachtige bieder is merkbaar op een markt waar tientallen zoekers op één huis afkomen.
Loonstijgingen en betaalbaarheid
Een lichtpuntje voor huizenkopers is de sterke loongroei van de afgelopen tijd. Na jaren van matige loonontwikkeling zijn de cao-lonen in 2023 en 2024 fors omhoog gegaan. In 2024 stegen de cao-lonen met gemiddeld 6,5% de grootste stijging in decennia. Dit was mede ingegeven door de hoge inflatie in 2022/2023 en de krapte op de arbeidsmarkt. Voor 2025 en 2026 wordt verwacht dat de lonen blijven stijgen. Wel iets gematigder, maar toch. Het Centraal Planbureau (CPB) raamt een cao-loonstijging van +4,8% in 2025 en +4,1% in 2026. Dat zijn nog altijd bovengemiddelde cijfers. Ter vergelijking: de verwachte inflatie ligt rond 3,2% in 2025 en 2,6% in 2026.Lonen stijgen dus iets sneller dan de prijzen, wat de koopkracht van werkenden verbetert.
Voor de woningmarkt betekent dit dat de leencapaciteit van huishoudens geleidelijk weer iets toeneemt. Nederlandse hypotheeknormen (NIBUD) koppelen het maximale leenbedrag aan het inkomen en de rente. Als salarissen stijgen, kunnen mensen dus een hoger bedrag lenen. De lonen stegen in 2023 al circa 5,4%, wat een rol speelde in het hervatten van de prijsstijgingen toen (kopers konden net iets meer bieden dankzij hun gestegen inkomen).
Betaalbaarheid blijft echter een punt van zorg. Ondanks loonstijgingen is het prijsniveau van woningen zó hoog opgelopen, dat veel starters en middeninkomens nog steeds klem zitten. De verhouding woningprijs/inkomen is scheef: het gemiddelde hypotheekbedrag in Nederland is 1,4 keer het bruto jaarsalaris. Wat op zich gezond lijkt, maar dit gemiddelde vertekent door doorstromers met lage lasten. Voor starters is het vaak een veelvoud van hun jaarsalaris dat ze moeten lenen of aan eigen geld moeten inleggen. In Utrecht zien we bijvoorbeeld dat de gemiddelde verkochte woning in december slechts 68 m² groot was bij een prijs van €442.000. Reken je dat om naar de NHG-grens/betaalbaarheidsgrens van €390.000, dan krijg je 60 m². Dat is veel te klein voor een gezin. Met andere woorden: zelfs met de huidige loonsverhogingen komt een modaal huishouden met twee inkomens nog lastig aan een passende gezinswoning in Utrecht.
Veel hoogopgeleide starters redden het alleen dankzij financiële steun (schenking of erfenis) of door toch in de vrije sector te huren en te sparen. De loonstijgingen zijn dus zeer welkom, maar lossen het kernprobleem niet op. Er zijn simpelweg te weinig huizen en ze zijn structureel duurder geworden dan mensen met een middeninkomen kunnen betalen zonder hulp. Wel zien we dat de hogere lonen in elk geval voorkomen dat de woningprijzen hard kúnnen dalen. Zolang mensen werk hebben en ieder jaar ongeveer 5% meer gaan verdienen, zullen ze bereid (en in staat) zijn net dat beetje extra te bieden voor een huis.
Politieke plannen en hypotheekrenteaftrek
De politieke onzekerheid speelt eveneens op de achtergrond van de woningmarkt. In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 laaide de discussie over de hypotheekrenteaftrek (HRA) opnieuw op. Sommige partijen (zoals GroenLinks-PvdA, D66, CDA) pleitten voor een versnelde afbouw van deze aftrekpost, terwijl andere (VVD, PVV, BBB) juist voor behoud of zelfs versterking waren. Uiteindelijk heeft het demissionaire kabinet in 2024 geen radicale beslissing hierover genomen, maar de discussie zorgde wel voor onrust onder huizenkopers. Begin 2025 ontstond even paniek op de markt door geluiden dat de nieuwe coalitie de hypotheekrenteaftrek verder zou beperken. Met name starters vreesden dat hun leencapaciteit zou dalen als de fiscale steun wordt afgebouwd, en sommigen trapten op de rem bij hun koopplannen. Maar is dat echt nodig? Het wordt nu al gefaseerd afgebouwd. Ik heb altijd geleerd als je de HRA nodig hebt per maand, dan is je huis te duur.
In werkelijkheid gebeurt dit niet van de ene op de andere dag. De hypotheekrenteaftrek wordt al sinds 2014 stapsgewijs afgebouwd. Waar je vroeger rente kon aftrekken tegen je hoogste belastingschijf (max. 52%), is dit tarief anno 2025 gemaximeerd op 36,93% (gelijk aan schijf 1). Verdere versobering zit in de pijplijn: vanaf 2031 zullen de eerste huiseigenaren hun 30-jaarstermijn voltooien en het recht op aftrek verliezen. Er liggen voorstellen om na 2029 de aftrek ieder jaar met 5 procentpuntpunt terug te schroeven, zodat de HRA in 2048 helemaal verdwenen is.Dat soort plannen klinken nog ver weg, maar zorgen nu al voor onrust. Toch benadrukken experts dat er geen reden voor paniek is: een nieuwe coalitie zal de HRA niet in één klap afschaffen. Eventuele wijzigingen worden ruim van tevoren aangekondigd en geleidelijk ingevoerd.
Eigen woonhuis naar box 3
Een extremer idee dat rondzong, was het voorstel om de eigen woning helemaal naar box 3 te verplaatsen. Als je het mij vraagt echt achterlijk. Dat zou betekenen dat je huis (je overwaarde) gezien wordt als vermogen waar vermogensrendementsheffing over betaald moet worden. Dit zou dan in plaats van de huidige bijtelling (eigenwoningforfait). Dit idee is voor veel woningmarktexperts een absolute no-go. Het zou een fiscale aardverschuiving betekenen. Huiseigenaren zouden dan niet alleen hun renteaftrek verliezen, maar jaarlijks belasting moeten betalen over de (fictieve) opbrengst van hun huis. In een stad als Utrecht, waar de WOZ-waardes vaak hoog liggen (veel boven de zogeheten villabelastinggrens van €1,2 miljoen) zou dit rampzalig uitpakken.
Stel je een ouder echtpaar voor dat hun huis heeft afbetaald en een laag pensioen heeft. Dan ben je op papier ‘rijk’ vanwege de WOZ-waarde, maar je hebt weinig inkomen. Je zou dan gedwongen kunnen worden om je huis te verkopen als de eigen woning in box 3 belast wordt, omdat je de belasting niet kunt opbrengen. Zulke scenario’s stuiten op veel verzet. Het is onwaarschijnlijk dat dit op korte termijn werkelijkheid wordt. Maar het feit dát het geopperd is door sommige partijen, draagt bij aan het sentiment van onzekerheid in de markt.
Nationale woontop
De nieuwe politieke werkelijkheid na 2023 is nog zoekende naar effectieve oplossingen voor de wooncrisis. In december 2024, tijdens de Nationale Woontop, spraken Rijk, gemeenten, corporaties en ontwikkelaars af de nieuwbouwproductie op te schroeven naar 100.000 woningen per jaar (waarvan twee derde ‘betaalbaar‘) Maar vrijwel tegelijk kondigde het kabinet de eerdergenoemde box 3-verzwaring (fictief rendement 7,7%). Het lijkt erop dat de overheid met één hand probeert te bouwen en met de andere hand investeerders wegjaagt. Veel experts pleiten daarom voor consistent beleid: laat investeren in huurwoningen weer lonen, vereenvoudig regels en stimuleer doorstroming. In Utrecht bijvoorbeeld zou het bouwen van aantrekkelijke seniorenwoningen kunnen helpen, zodat oudere bewoners hun eengezinswoning vrijmaken, nu blijven veel ouderen in te grote huizen wonen bij gebrek aan alternatieven. Vooralsnog is echter geen drastische koerswijziging ingezet. De verwachting is dat in 2025–2026 de politieke discussies over deze thema’s doorgaan, met mogelijk nieuwe maatregelen naarmate de druk op de woningmarkt politiek onhoudbaar blijft.
Nieuwbouw: verlichting op komst in Utrecht?
Bouwactiviteit is de structurele sleutel tot een gezondere woningmarkt. Utrecht groeit razendsnel. De stad telt inmiddels ruim 361.000 inwoners (begin 2022) en verwacht rond 2028 de grens van 400.000 te passeren. Holymoly, wat een aantallen in ons kleine stadsie. Dat betekent een aanhoudende behoefte aan duizenden nieuwe woningen per jaar. De praktijk is helaas dat de nieuwbouw achterblijft bij de prognoses. Waar Utrecht van 2019 t/m 2022 telkens ruim 3.000 nieuwe woningen per jaar opleverde, zakte dit aantal in 2023 naar ca. 2.156 en in 2024 zelfs naar 2.048 woningen. De neergaande trend komt door stijgende bouwkosten, stikstof- en regelgeving, maar ook doordat ontwikkelaars huiverig zijn geworden. Veel projecten zijn on hold gezet nu kopers kritischer worden en financiering duurder is.
Toch komen er in 2025–2026 een aantal grote Utrechtse projecten gereed die de stad wat lucht kunnen geven. Enkele voorbeelden:
-
De Nieuwe Defensie (Utrecht-West) – in deze nieuwe stadswijk aan de rand van het centrum worden de eerste woningen opgeleverd. In Q2 2026 zullen 98 woningen en appartementen klaar zijn. Alle woningen in de eerste fase zijn zelfs al volledig verkocht. Dit toont dat de vraag naar nieuwbouw onverminderd hoog is, mits de locatie en prijs aantrekkelijk zijn.
-
Leidsche Rijn (verschillende projecten) – de VINEX-wijk Leidsche Rijn groeit door. In Rijnvliet (Leidsche Rijn Zuid) startte begin 2024 de bouw van 229 woningen, waarvan 176 koopwoningen. De planning is dat deze huizen eind 2026 worden opgeleverd. Het gaat hier deels om eengezinswoningen die hard nodig zijn. Ook in Leidsche Rijn Centrum en Leeuwesteyn komen nieuwe appartementen en huizen gereed rond 2025/2026, zoals project Leeuwepoort (58 appartementen in 2026) en BLOEI030 (264 huurwoningen in 2026, waarvan een deel middensegment), hoewel die laatste voor huur is.
-
Merwede en Cartesiusdriehoek – Dit zijn twee grote binnenstedelijke ontwikkelingsgebieden. De eerste fases (zoals Cïx Merwede fase 1) zijn in aanbouw (start 2025). Merwede belooft op termijn 6.000 woningen, maar de oplevering spreidt zich uit over vele jaren en 2026 zal hier nog maar een fractie van klaar zijn. In de Cartesiusdriehoek (bijstationgebied) is project Nosara in verkoop (50 woningen, oplevering vermoedelijk 2026).
De impact van deze nieuwbouw op de markt. Lokaal kunnen deze projecten voor wat verlichting zorgen. Leidsche Rijn bijvoorbeeld heeft door de vele nieuwbouwwoningen een iets ruimere markt. Kopers hebben daar gemiddeld keuze uit 1,5 woning in plaats van 1. Nieuwbouwappartementen kunnen starters bedienen, maar ook oudere of gezinnen die uit elkaar gaan. Gezinnen kunnen in wijken als Rijnvliet of Leeuwesteyn iets vinden. Elke extra woning telt, zeker nu door de uitpondingsgolf veel huurders richting koop geduwd worden. Bovendien zorgen meer nieuwbouwtransacties vaak voor doorstroming: iemand die een nieuwbouwhuis betrekt, laat vaak een oudere woning achter die weer vrijkomt.
Toch moeten we realistisch zijn: nieuwbouw in Utrecht is geen silver bullet op korte termijn. Veel projecten kampen met vertraging of zijn versoberd. Bovendien zijn nieuwbouwwoningen duur: de prijs per m² ligt vaak nog hoger dan bij bestaande bouw (modern, gasloos en duurzaam bouwen kost nu eenmaal meer). Maar ook bij nieuwbouw moet je al een jaar betalen voor de woning waar je nog niet in kunt wonen. Dit zorgt er vaak voor dat gezinnen deze woningen dol graag zouden kopen, maar de overbrugging simpelweg niet kunnen betalen.
Zo kwamen de prijzen in Utrecht-Leidsche Rijn Centrum voor nieuwbouwappartementen soms boven €7.000 per m², wat voor menig koper niet meer als betaalbaar voelt. Daarnaast is een flink deel van de nieuwe woningen bestemd voor huur (sociale huur via corporaties of vrije sector via investeerders).
Die zijn broodnodig voor doorstroming vanuit sociale huur en voor nieuwe instroom (zoals jonge docenten, verpleegkundigen, starters die nog niet willen kopen). Echter, investeerders voor middeldure huur zijn momenteel terughoudend door de WBH en box 3-heffing. Plannen om vrije-sectorhuur te bouwen dreigen geregeld geschrapt of omgezet naar koop, omdat beleggers afhaken.
Kortom, Utrecht zal in 2026 weliswaar enkele duizenden woningen rijker zijn, maar dit is bij lange na niet genoeg om het woningtekort weg te werken of de prijzen echt te laten dalen. Het helpt hooguit om de wildste excessen iets te temperen en specifieke groepen (zoals gezinnen in Leidsche Rijn) iets meer kansen te geven. De woningnood blijft voorlopig een feit.
Conclusie: paradoxen en vooruitzichten
De Utrechtse woningmarkt anno 2025/2026 zit vol paradoxen. Enerzijds staan er meer huizen te koop dan in jaren, anderzijds blijven gewilde woningen onverminderd schaars. Nieuwe regels bedoeld om huurders te beschermen (opkoopbescherming, huurplafonds) leiden ertoe dat verhuurders hun huizen verkopen en het huuraanbod nóg verder opdroogt.
Beleggers die jarenlang werden weggezet als huisjesmelkers trekken zich terug. Zouden we straks met zijn allen beseffen dat we die investeerders/beleggers heel hard nodig hebben. Zij investeren hun vermogen nu elders en laten een gat achter in de middenhuurmarkt. Dit biedt koopkansen voor sommige starters (meer kleine appartementen beschikbaar), maar dupeert de huurders die juist beschermd moesten worden. Zij vinden nu geen betaalbare huurwoning meer en moeten concurreren op de koopmarkt of terug naar hun ouders.
Ondertussen zorgt de hogere rente ervoor dat veel huizenbezitters hun woning vasthouden, wat schaarste aan grotere woningen veroorzaakt. Huizen die op de markt komen, trekken meerdere bieders en gaan vaak nog boven de vraagprijs weg met een grote druk, ondanks alle geluiden over afkoeling.
Positief is dat de economie volop draait: de werkloosheid blijft laag (verwacht 4% in 2025/26) en lonen stijgen gestaag, waardoor veel mensen de hoge lasten toch gemakkelijker kunnen ophoesten dan het soms lijkt als je het hoort in het nieuws.
Toch groeit de ongelijkheid op de woningmarkt. Wie al een koopwoning hééft, profiteert van overwaarde en vaak een lage rente, en heeft goud in handen. Wie nu binnen wil komen, moet creatief zijn of diepe zakken hebben. Starters zonder hulp zijn de pineut.
Voor 2026 wordt geen radicale ommekeer verwacht.
Wat zou er echt nodig zijn?
Wat zou écht nodig zijn? In de kern: meer bouwen, minder ingewikkeld. Versnellen van bouwplannen, lagere ambities waar het kan (niet élk project moet perfect en duurzaam zijn als dat bouwen vertraagt). Niet ieder project moet een groot gedeelte sociaal en betaalbaar hebben. Dat betekent namelijk dat de koopwoningen te ‘duur’ moeten worden om de negatieve case toch in de groene cijfers te krijgen. Er is een stabiel beleid nodig, zodat ontwikkelaars en verhuurders durven investeren. Minder regeldruk en meer vertrouwen in de marktpartijen zou helpen. Maak verhuren weer lonend, beloon doorstroming in plaats van deze fiscaal te bestraffen. Als de politiek lef toont, zou 2026 het jaar van de kentering kunnen worden. Maar eerlijk is eerlijk, velen durven daar niet op te hopen. En wij al helemaal niet.
Voorlopig moeten woningzoekers roeien met de riemen die er zijn. Bezit je een goed onderhouden gezinswoning in Utrecht? Dan ben je nog steeds de Lucky one. Wil jij opvallen? En jouw huis goed verkopen? Wil jij het juiste advies onderbouwd met cijfers? Wij komen graag bij jou langs om jouw verkoopwensen te bespreken.
Zoek jij een huis? Bekijk ons aanbod.


